’Gumpie, wat doe je nu, zuigen aan een waterpijp? Je gezondheid gaat er aan, wees toch verstandig!’ Gumpie lacht; ‘Geen tabak, maar net als het bosfiguurtje… stuifmeel van de ‘Parelstuifzwammen’. Je gaat er heerlijk van dromen en het is niet verslavend. Dit moet je natuurlijk niet elke dag doen!’
Hieronder een korte versie van het verhaal, links de het bosgeestje Puffel Snoef.
Puffel Snoef de Droomsnuffer
Wanneer de eerste parelstuifzwammen hun bolle buikjes laten zien tussen de bladeren,dan verschijnt Puffel Snoef de Droomsnuffer, een wonderlijk figuurtje met een neus zo lang dat hij er zijn eigen kin mee kan kietelen.
Niet om te eten, niet om te verzamelen, nee, hij is verzot op de rook! Puffel is dol op de parelstuifzwam. Zijn ogen hangen halfdicht, alsof hij al jaren bijna in slaap is, en zijn voeten steken altijd gek uit, alsof ze niet precies weten welke kant de rest van hem op wil. Elke herfstochtend kruipt hij uit zijn holletje van mos en paddestoelenschors, zoekt een mooi groepje stuifzwammen uit en gaat er midden tussenin liggen, met zijn kin op zijn handen en zijn neus vlak bij de grootste bol. Soms danst hij met elfen, soms babbelt hij met pratende bladeren en één keer droomde hij zelfs dat hij zélf een stuifzwam was. Dan pakt hij een dun takje, tikt héél voorzichtig op de zwam, poef! en een zacht wolkje lichtbruine sporen stijgt op als rook uit een geheimzinnige opening. Puffel snuift diep in en mompelt tevreden: ‘Aaah… herfstlucht met een vleugje bosgeheim’.
Hij is geen gewone kabouter. Zijn tulband is van opgedroogd mos, zijn sandalen van dadelpit, en hij praat in zinnen die altijd eindigen met “ach, wat een poef!”
En als je dan ergens een wolkje stuif ziet opwaaien zonder reden, dan weet je:






