‘Gumpie, wat heb jij nu?’ ‘Ik zal het je vertellen. Tijdens een rustige ochtendwandeling in het Zwammerbos liep ik over een smal pad dat rook naar nat mos en oude verhalen. De zon sloop voorzichtig tussen de bladeren door, alsof hij ook niet wilde storen. In eens hoorde ik een zacht fluit-klik-trrrrr. Daar zat hij.
Een vogel met kleuren alsof iemand het bos had geschilderd nadat de verf was gevallen. Groen als varens, oranje als avondlicht en een staart die leek te zijn geleend van een vergeten droom. De vogel keek mij aan, knipperde één keer, en bleef toen doodstil zitten, alsof dit moment al lang gepland was. “Ah,” zei ik zacht, “jij bent vast een Auroris zwammeri fluitensis.”De vogel antwoordde niet, maar floot een melodie die precies klonk als een potlood dat over vers papier glijdt. Volgens het Zwammerbos-bijgeloof zijn dit Verhaalvogels: ze verschijnen alleen aan wie goed kijkt, en verdwijnen zodra je ze probeert vast te leggen. Na een paar tellen spreidde de vogel zijn staart, gaf mij een laatste nieuwsgierige blik en vloog weg, dieper het groen in’. ‘Gumpie, een heerlijk ‘poëtisch’ verhaal, maar we gaan verder met het verhaal van Poffelmos.










