De morieltjes, die mysterieuze honingraatachtige paddestoelen, zijn hun opslagplaatsen. Hun openingen, de bekers, werken als kleine ontvangers. Daarin fluistert Molderik zachtjes alle gegevens die hij heeft verzameld:
Een eik verdwenen bij de beek,
neuwe waterbron achter de struisvarens,
of een meisje vertelde vandaag over
haar knuffelbeer die kon vliegen’.
Alles wordt zorgvuldig ingefluisterd, zodat geen enkel verhaal, groot of klein, verloren gaat. Onder de grond loopt een gigantisch netwerk van schimmeldraden, het BosNet.
En zo blijft het bos altijd bij de tijd, zelfs zonder wifi.
De inktviszwam, wandelende paddenstoel van het strand.
Op een vroege herfstochtend, als de dauw nog aan de helmgrasjes kleeft, begint iets vreemds te bewegen in het zand. Niet een krab, geen slak, zelfs geen verdwaalde scheermes.
Nee, het is de Inktviszwam (Clathrus archeri), een paddenstoel die zijn theatrale entree niet zomaar aan zich voorbij laat gaan. Met vier tot zes rood-roze armen komt hij uit de grond.
Zodra hij boven het zand verschijnt, rekt hij zich uit, knippert even met zijn sporen (voor zover mogelijk), en zegt met een zucht: ‘Ha, eindelijk weer zuurstof!” Dan begint het spektakel: ‘Hij kruipt richting zee’.





