‘Gumpie, wat heb jij nu?’ ‘Ik zal het je vertellen. Tijdens een rustige ochtendwandeling in het Zwammerbos liep ik over een smal pad dat rook naar nat mos en oude verhalen. De zon sloop voorzichtig tussen de bladeren door, alsof hij ook niet wilde storen. In eens hoorde ik een zacht fluit-klik-trrrrr. Daar zat hij.
Een vogel met kleuren alsof iemand het bos had geschilderd nadat de verf was gevallen. Groen als varens, oranje als avondlicht en een staart die leek te zijn geleend van een vergeten droom. De vogel keek mij aan, knipperde één keer, en bleef toen doodstil zitten, alsof dit moment al lang gepland was. “Ah,” zei ik zacht, “jij bent vast een Auroris zwammeri fluitensis.”De vogel antwoordde niet, maar floot een melodie die precies klonk als een potlood dat over vers papier glijdt. Volgens het Zwammerbos-bijgeloof zijn dit Verhaalvogels: ze verschijnen alleen aan wie goed kijkt, en verdwijnen zodra je ze probeert vast te leggen. Na een paar tellen spreidde de vogel zijn staart, gaf mij een laatste nieuwsgierige blik en vloog weg, dieper het groen in’. ‘Gumpie, een heerlijk ‘poëtisch’ verhaal, maar we gaan verder met het verhaal van Poffelmos.
Even een korte versie van deze bladzijden.
In dit mysterieuze werk, geschreven in priegelige bostekens die geen mens ooit zal begrijpen, staan alle paddenstoelen van het bos nauwkeurig beschreven en geïllustreerd. Met een prachtige gezegde:‘Wie dit boek opent, ademt bos.
Wie verder leest, riskeert een glimlach.
Wie alles begrijpt…
is waarschijnlijk geen mens’.
Het Mórrelijn Schrift
Met een speciaal schrift geschreven. Het is geen taal die gelezen wordt, maar eentje die gevoeld wil worden. De tekens lijken soms op sporen van wortels, windkrullen, schimmelringen en staartbewegingen van boswezens. Mensen zien slechts sierlijke krassen; het bos herkent betekenis.
Betekenis van de naam * Mórre; staat voor mos, murmel, schimmel en geheim
* Lijn; verwijst naar groei-lijnen, wortels, nerven, sporen, staarten
Hierin schrijft en tekent hij de hilarische verhalen die hij samen met Flindermien hebben gemaakt.
Maar zodra het voorjaar zich aandient en de eerste planten hun kopjes boven het mos uitsteken, is het gedaan met de rust. Het Zwammenbos ontwaakt luidruchtig: klagende blaadjes, probleemplanten die niet
weten welke kant ze op moeten groeien en wortels die zich beledigd voelen.
Gelukkig staat Poffelmos er niet alleen voor. De kleine insecten, altijd in de weer, altijd iets te melden, zoemen door het bos als levende postduiven. Ze vangen geruchten, fluisteringen en roddels op en leveren die keurig af bij Poffelmos. Hij probeert dit allemaal in goede harmonie op te lossen. Ter verduidelijking; Flindermien is zijn vriendin.
’De Kietelklankpaddestoel’.
Op 14 juli gebeurt er bijzonders, precies om het middagkriebeluur ploft hij uit de grond in het Zwammenbos: ’De Kietelklankpaddestoel’.
Vliegsprinkhanen o.i. zijn er dol op, en niet zomaar een beetje. Deze paddestoel heeft een geheim: zijn blauw gedraaide steel werkt als een vrolijke veer. Wanneer de zon erop schijnt, begint hij zachtjes te zoemen, twirren en plop-klanken te maken. Niet hoorbaar voor mensen, maar voor vliegsprinkhanen klinkt het als een onweerstaanbare lachmelodie.
De rood-wit gestreepte hoed is geen toeval: dat zijn insecten-waarschuwingsstrepen, maar dan verkeerd om. Ze betekenen: “Kom hier! Spring! Lach! Doe iets onhandigs!”
Ze landen erop, glijden uit, worden zachtjes gelanceerd, draaien drie kwart pirouette en landen weer netjes op hun pootjes.
Elke mislukte sprong laat de paddestoel harder zoemen, waardoor ándere sprinkhanen denken dat er een feest gaande is (wat klopt).
Zo Gumpie, een lang verhaal en volgende week zaterdag de laatste 4 pagina’s van het Zwammerbos.
Geen opmerkingen